Oprenting percentage na start uitkering verplicht 4%?

Administratie

Administratie

Oprenting percentage na start uitkering verplicht 4%?

  • Mijn boekhouder/fiscaal adviseur stelt dat de minimale ophoging van de stamrechtverplichting 4% is en dat het verschil met de actuarieel berekende ophoging (in mijn geval 2,1%) moet worden opgenomen in een fiscale reserve op de fiscale balans. Echter op de website van Clarus vind ik dat dit een fout zou zijn,en dat het gebruik van de verplichte 4% uitsluitend voor pensioen BVs zou gelden, niet voor stamrecht BVs. Vragen: 1. Wat is juist, 4% gebruiken of het actuarieel bepaalde percentage; 2.  Wat is een fiscale reserve,hoe moet die later over 20 jaar of zo worden afgewikkeld?

    B.I. Consultancy & Training

    Export Controls, Sancties, Embargoes

    Vergunningen, Assistentie, Training

    Export Control Compliance Systemen

  • De vraag welke u hier voorlegt dient eigenlijk beantwoord te worden, zoals u zelf aangeeft, door uw fiscaal adviseur.

    De oprenting van de stamrechtverplichting is geregeld in de stamrechtovereenkomst. Het kan zijn dat, per balansdatum, verwezen word naar een actuariële berekening, maar kan ook zijn het U-rendement of een vast percentage. Normaliter gaat de voorkeur uit voor het U-rendement onder aftrek van 0,5% voor kosten, juist omdat dit de laagste oprenting geeft.
    Zie hier de gehanteerde percentages  http://www.towerswatson.com/netherlands/research/2109

    Als je rekent met het U-rendement zal de verplichting tot uitkering (reserve) minder hoog oplopen. Hoe hoger namelijk de reserve hoe hoger de latere stamrechtuitkering dus een hogere belastingdruk in de inkomstenbelasting.

    Een fiscale reserve is niets anders dan een reservering op de (fiscale)balans van de aangegane verplichting van de BV om op een bepaald tijdstip die uitkeringen te kunnen betalen.

    Uiterlijk op uw 65e jaar dient de uitkering in te gaan. De uitkering dient wel actuarieel berekend te worden. Op het moment van doen van uitkeringen dient u daarvoor ook een loonadministratie te voeren en vervolgens iedere maand een loonaangifte in dienen waarbij sprake is van de afdracht van loonheffingen. De BV is "werkgever" c.q. verzekeraar!

    Bij een zuivere stamrecht BV is het wel zaak dat u het banksaldo niet gaat gebruiken voor privé doeleinden/consumptieve bestedingen. Op dit moment heeft dit onderwerp extra aandacht bij de belastingdienst. Wanneer sprake is van belangrijke opnamen voor privé en waarbij het zich zal aanzien dat de belastingdruk niet betaald zal kunnen worden, zullen de opnamen formeel gezien worden als afkoop van een verzekering. De gehele aanspraak wordt dan ook extra belast met 20% revisierente. Dus bovenop de inkomstenbelasting.

    Laat u goed voorlichten door uw fiscaal adviseur.

    Met vriendelijke groet,
    Peter de Greef




    Groet,
    Peter de Greef

  • Waarde Peter de Greef,

    Het meeste wat U schreef was mij bekend. Echter mijn vraag is niet beantwoord, namelijk of er na start uitkeringen ook een verplichting is tot opwaarderen met 4% in een stamrecht BV, waar deze verplichting kennelijk in pensioen BVs bestaat. Dat zou voor mij leiden tot het ontstaan van een fiscale reserve, waarvan ik uit Uw reactie begrijp dat die aan het eind van de looptijd (in mijn geval 18 jaren) alsnog tot extra uitkeringen zou moeten leiden. In dat geval kan ik beter de uitkering reeds nu met 4% ipv 2,1% berekenen en gaan uitkeren. Voor zowel mij als de belastingdienst overigens over het geheel genomen lood om oud ijzer. Ik wil echter de stamrecht BV constructie over 18 jaren beeindigen,daar moet de constructie aan voldoen.

    Dank

    Wolter Boerman  

    B.I. Consultancy & Training

    Export Controls, Sancties, Embargoes

    Vergunningen, Assistentie, Training

    Export Control Compliance Systemen

  • Beste heer Boerman,

    Inderdaad heeft het rentepercentage van 4% te maken met pensioenverplichtingen en soortgelijke verplichtingen in B.V.'s. Dit is geregeld in artikel 3.29 wet op de inkomstenbelasting. De waardering van een stamrechtverplichting valt daar niet onder.

    Vanaf het moment van "ingaan" van de stamrechtuitkeringen (wat actuarieel en eventueel met een minimale uitkeringstermijn berekend is) dient de balanswaardering, per 31 december van ieder jaar, actuarieel te worden berekend en rekening houdend met de sterfterisico's.
    Gaat u nog niet over tot een uitkering dan heeft het toch de voorkeur voor een oprenting middels het U-rendement. (Zie eerdere reactie: Des te hoger het rentepercentage is zal de verplichting aan u ook hoger worden en ook de soms "papieren" uitkering totdat de pot leeg is).

    Recentelijk heb ik nog een berekening laten opstellen (door een pensioenadviseur!) t.b.v. een cliënt (57 jaar), waarbij sprake was van ingang van de uitkering;
    de uitgangspunten waren:

    - Sterftetabel GBM-GBV 2004-2009 met leeftijdsterugstelling van 5-6 jaar.
    - Rekenrente 1,42% (zijnde U-rendement oktober 2012)

    Zoals eerder geschreven, laat u goed voorlichten. Als uw boekhouder/belastingadviseur de berekening niet zelf kan maken zal hij dit moeten uitbesteden aan een pensioenadviseur. (Gemiddelde kosten hiervoor zijn circa € 150 per berekening)

    Helaas kan ik ook zelf zo'n berekening voor u niet maken omdat het specialistenwerk is (rekening houdend met wensen) en ik geen softwarepakket voor actuariële berekeningen heb.
    Mocht u willen weten met welke pensioenadviesbureau ik samenwerk mag u mij altijd een e-mail sturen (zie profiel)

    Met vriendelijke groet,
    Peter de Greef

    Groet,
    Peter de Greef

  • Geachte heren Boerman en De Greef,

    Meer informatie hierover kunt u vinden in een besluit van 3 juli 2008 (zie www.rijksoverheid.nl/.../vennootschapsbelasting-inkomstenbelasting-loonbelasting-waarderingsaspecten-van-pensioenen-en-lijfrenten.html). Hierin is exact weergegeven op welke wijze er gewaardeerd dient te worden.

    Met hartelijke groet,

    Jeroen Boers BPLA

    pensioenadviseur

  • Beste heer Boers,

    Met uw antwoord zet u de DGA van een stamrecht BV, die nog geen periodieke uitkering tot daadwerkelijke uitkering heeft vastgesteld, op een verkeerd been.

    Het, mij bekende, besluit (zie uw link) en artikel 3.29 wet IB geeft aan dat het uitsluitend een pensioenverplichting of soortgelijke verplichting betreft welke een actuariële berekening, met een rekenrente van tenminste 4%, ten tijde van de opbouw nodig heeft.

    Een stamrechtverplichting, welke nog niet uitkeert, valt daar niet onder. Dit is ook in de fiscale aangifte VPB genoemd  "een overige verplichting" en geen "pensioenverplichting".
    Bij pensioen- en/of lijfrenteverplichting (waarbij vooraf een toezegging is gedaan aan een werknemer) moet bij de opbouw van het recht uitgegaan worden van een actuariële berekening, rekening houdend met een sterftekans.

    Bij een stamrecht BV, waarbij eenmalig een bedrag is gestort, dient dit jaarlijks opgerent te worden. Er zijn verschillende manieren om deze verplichting op te renten. Dat ligt aan de inhoud van de overeenkomst.
    De één maakt gebruik van eerst 5% in mindering te brengen bij eerste storting, de ander gebruikt een U-rendement onder aftrek van bijvoorbeeld 0,5% wegens kosten en weer een ander gebruikt een vastgesteld percentage.

    Op het moment dat men de (uitkerings)leeftijd bereikt, of wanneer de periodieke uitkering eventueel eerder wordt vastgesteld, dan dient er pas een actuariële berekening te worden opgesteld zodat de werkelijke periodieke uitkering (rekening houdend met sterftekans en termijnen) kan worden vastgesteld.

    In ieder geval dient vanaf het moment van toekennen en ingaan van een periodieke stamrecht-uitkering ieder jaar (per 31 december) een actuariële berekening te worden opgemaakt om tot de juiste fiscale balansreserve te komen.

    Met vriendelijke groet,
    Peter de Greef

    Groet,
    Peter de Greef

  • Wobo

    Over hoe je moet oprente staat vast in je Stamrecht overeenkomst.

    Lees die eerst een door.

    Met Vriendelijk groet

  • Voorbeeld van een actuariële bereking is te vinden op www.finact.nl/.../RapportUitkering.pdf

    Peter: mag bij een stamrecht bv met eenmalig gestort bedrag, de berekening van de hóógte van de periodieke uitkering alleen gebaseerd  zijn op aantal (voldoende ivm sterftekans 1%) termijnen en rente? In dat geval kan ik in excel wel precies uitrekenen wat het maandbedrag moet zijn om precies op nul uit te komen. Als ik ook nog rekening moet houden met mijn sterftekans lukt me dat niet. Maar waarom zou ik, de bedoeling is toch om op nul uit te komen?

  • Rob,

    Op het moment van toekenning van de stamrechtuitkering dient de actuariële berekening te worden opgesteld. Hierbij wordt nog uitgegaan van het gebruikte rentepercentage bij opbouw van de verplichting. Bij de berekening van toekenning van de periodieke uitkering moet ook rekening gehouden worden met de minimale uitkeringstermijn (het aantal maanden en de leeftijd) en een sterftekans van 1% en de leeftijdsterugstelling van 5/6 jaar.

    Na het toekennen dient de fiscale balansreservering jaarlijks actuarieel te worden berekend maar dan met 4% rekenrente. In veel gevallen betekent dit dat op de eerst volgende balansdatum er een fiscale vrijval zal kunnen plaatsvinden ten gunste van de winst waarover je vennootschapsbelasting gaat betalen.

    Het is per definitie niet zo dat na verloop van tijd het e.e.a. op nul uitkomt.

    Op enig moment wordt een uitkering vastgesteld tot een bepaalde datum (of levenslang). Je kunt je voorstellen dat tijdens de uitkeringsperiode er nog mooie beleggingsresultaten worden geboekt in de BV (uitgaande van de positieve gedachte) van meer dan 4%. Dan zal de BV nog winsten kunnen realiseren.

    Mij is het niet gelukt om dit met excel uit te rekenen :). Het is dan ook verzekeringswiskunde. Overigens formeel gesproken mag een belastingadviseur volgens de AFM dit soort berekeningen/advisering op gebied van verzekeringswiskunde niet doen tenzij hij gecertificeerd is hierin.

    Sommige topics gaan dubbel. Ik neem aan dat je mijn antwoorden gelezen hebt op eerder gestelde vragen over stamrecht.

    Groet,
    Peter de Greef

    Groet,
    Peter de Greef

  • Peter,

    ik denk dat ik het begin te begrijpen. Er is een verschil in oprenting en waardering tussen het stamrechtkapitaal (vóór uitkering) en stamrechtverplichting (tijdens uitkering). Een en ander is uitgebreid beschreven in www.accountant.nl/readfile.aspx

    Hierin wordt ook het begrip commerciële/fiscale en bruto/netto waarde geïntroduceerd.

    Kennelijk bestaan er meer dan één belastingconstructies. Ik heb een heel eenvoudige gevonden op www.clarusadvies.nl/.../Uitkeringen.aspx

    Is deze fout of kan die ook?

  • Rob,

    Er bestaat maar één goede verwerking van de fiscale gegevens en is er geen sprake van diverse belastingconstructies.
    De inhoud van de 2e link welke je aangeeft is niet fout maar in het gegeven simpele cijfervoorbeeld is één belangrijke zin opgenomen:
    "Ook hebben wij hier geen actuariële berekening gemaakt, iets wat in de praktijk wel verplicht is."
    Het zou het voorbeeld ingewikkelder maken.
    Je zou een cursus moeten volgen om het geheel te kunnen begrijpen :)

    Groet,
    Peter de Greef

  • Peter,

    overheen gelezen. Gelukkig ga ik voorlopig niet uitkeren, dus ik heb nog even de tijd!

  • Heren,

    Het lastige in dit verhaal begint op het moment dat de stamrechtuitkeringen ingaan. Tot die tijd verhoog je - zoals ik al enkele malen las- de stamrechtvoorziening zoals (als het goed is) in de stamrechtovereenkomst is vastgelegd. Als de uitkeringen ingaan, dan moet de hoogte van de uitkering worden bepaald op 'commerciele' grondslagen (oftewel: zoals verzekeraars rekenen). Zie het voorbeeld dat Peter beschrijft. Echter, 'fiscaal' gelden andere grondslagen. Zo mag fiscaal in de uitkeringsfase niet een rekenrente lager dan 4% worden gehanteerd (dat geldt voor pensioenen, lijfrenten en stamrechten). Er moeten op dat moment dus in feite 2 actuariele berekeningen worden gemaakt.

    Dat leidt er bij de huidige lage rentestand (bijv. het u-rendement) toe dat het omrekenen op commerciele gronslagen van een stamrechtkapitaal naar een uitkering een bepaalde uitkering oplevert, maar dat als vervolgens de (fiscale!) balans wordt gemaakt blijkt dat bij diezelfde uitkering 'fiscaal' een veel lagere stamrechtvoorziening hoort. Het verschil vormt een belastbare bate voor de B.V. (er wordt wel eens over gediscussieerd op welk moment die bate wordt genomen, ineens of geleidelijk).

    Ik denk dat de opmerking van de adviseur van WoBo op dit verschil ziet!

    Leuker kunnen ze het niet maken en makkelijker ook al niet ....! In ieder geval niet op dit punt.

    Veel succes,

    Groet,

    Erik

  • Erik,

    Ik wil even wat ruis wegnemen.
    Jij geeft aan "Er moeten op dat moment dus in feite 2 actuariele berekeningen worden gemaakt."
    Ik wil dit even nuanceren anders worden de woorden "op dat moment:" misschien anders geïnterpreteerd.

    Er moet op de toekenningsdatum een actuariële berekening worden opgesteld. Dit is een "commerciële", rekening houdend met het vastgestelde opbouwpercentage. De volgende actuariële berekening (maar dan op fiscale grondslagen) komt ieder jaar aan bod per balansdatum.
    Die informatie was al door mij eerder verstrekt.

    Tot zover, anders vallen we in herhaling van deze mooie cursus/casus.

    Groet,
    Peter

    Groet,
    Peter de Greef

  • Ha Peter,

    Okee, niets moet! Dan ben ik het gewoon niet met je eens op dit punt, no problem. We treden nu wel erg in detail, maar in mijn optiek moet je ook op de ingangsdatum al een fiscale berekening maken! Anders weet je niet wat je startpunt is mbt de kostencomponent en overig verschil commercieel-fiscaal (tbv lineaire vrijval). Zie als voorbeeld de berekening in het artikel van Corey Dekker op accountant.nl, waar Rob2 naar verwijst.

    Veel verschil zal dat overigens niet maken.